Een
nieuwe psychologie
dankzij de astrologie
Juriens
1979, Alexander Ruperti
Het
debat is nu (1979) op zijn hevigst tussen de astrologen: sommigen
zijn overtuigd dat astrologie geassimileerd moet worden met een zekere
vorm van dieptepsychologie, anderen geloven dat ze de concepten uit
de huidige psychologie niet nodig heeft omdat ze al alles bevat dat
nodig is voor een complete uitleg van het karakter
en het leven van een persoon.
Dit debat
komt in feite voort uit een zeker verwarring, omdat deze, zelfs wanneer
men zich beperkt tot de karakteristiek van de astrologische symbolen
zoals deze of via de traditie of via de huidige teksten beschreven
zijn, op zich van psychologische orde zijn. Het lijkt mij dat de keuze
eerder gemaakt moet worden tussen het zich beperken tot het begrijpen
van een persoon aan de hand van de oppervlakkige psychologische betekenis
uit de traditionele astrologie, of door te proberen de aard van een
persoon te interpreteren gebaseerd op de nieuwe concepten uit de dieptepsychologie.
Deze laatste
mogelijkheid betekent niet dat de astroloog zijn astrologie moet aanpassen
aan een psychologisch school, Freudiaans, Jungiaans, of anders, maar
eerder dat de structuur van ons astrologische werk aangevuld moet
worden met nieuwe en diepere gegevens over de menselijk aard.
De kracht
van de astrologie is juist gelegen in haar vermogen dingen te reduceren
tot het essentiële, aan de hand van een beperkt aantal symbolen
in vergelijking tot de fenomenen die ze beoogt te beschrijven. Het
is daarom juist de astrologie die, gezien haar relatie tot psychologische
concepten, de actieve factor moet zijn en niet de psychologische elementen.
Anders gezegd, dankzij de astrologische symbolen, kan de astroloog
de psychologische concepten organiseren en synthetiseren, en ze verwerken
in een breder en universeler referentie-kader. Hij moet zich niet
beperken tot de uitspraken van een bepaalde psychologische school.
Hetgeen wel is gedaan door de meest astrologen die geprobeerd hebben
de nieuwe psychologische concepten de integreren binnen de astrologie.
Iedere psychologische school is begrensd door haar eigen bijzondere
standpunt, een standpunt die niet persé helemaal waar is en
het ook nooit volledig is in de meeste gevallen. Ik geloof dat dit
de reden is waarom vele astrologen tegen psychologie zijn: ze weigeren
om bijvoorbeeld vanuit een Freudiaanse standpunt de persoonlijke problemen
van een individu te verklaren. Ze zijn niet tegen de psychologie op
zich, maar tegen een beperking van de astrologie door bepaalde (begrensde)
psychologische scholen. De astrologie bevat juist dat wat de verschillende
psychologische scholen missen als het gaat om het begrijpen van de
menselijke natuur, omdat haar basis niet van empirische aard is.
Een
verhaal
Een voorbeeld
hiervan gebeurde in Engeland tijdens het congres van de Astrological
Association in september 1979. Ik was gevraagd een lezing te geven
over de belangrijkheid van de leeftijdsfactor (1) voor de astrologische
raadgeving. De "leeftijdsfactor" ontleent haar wezenlijke betekenis
aan een aantal occulte wetten die een bepaalde betekenis geven aan
de verschillende niveaus van Zijn van een volledig ontwikkeld menselijk
wezen. Een menselijk wezen is veel en veel meer dan dat wat de moderne
psychologie accepteert. Men heeft het al gezegd: het woord psychologie
refereert aan een studie van de ziel, maar de ziel komt in geen een
psychologische theorieën voor, want niemand weet wat dat is en
niet iedereen gelooft in haar bestaan.
Hoe dan
ook, we kunnen de analyse van een mensenleven baseren op de ontwikkeling
van vijf niveaus van zijn, ieder niveau beslaat een periode van ervaringen
van 7 jaar. Zo'n benadering sluit perfect aan bij de cycli van Saturnus
en Uranus. Zo gaat ieder mens door cruciale kruispunten heen rond
de leeftijd van 27 à 30 en van 56 à 60 jaar. Wendingen
die theoretisch gezien een nieuwe begin zouden moeten creëren.
Om de overeenkomst te kunnen vast-leggen tussen leeftijd en geleefde
ervaring baseert de astroloog zich op astronomisch en occulte gegevens:
want Saturnus geeft ongeveer elke 30 jaar een nieuwe cyclus aan. Deze
theorie is niet het resultaat van empirische waar-nemingen; het is
een hypothese waarvan de astroloog de toepassing en ontwikkeling in
het echte leven observeert.
Om terug
te komen op mijn lezing in Engeland. Kort na mijn aankomst ging ik
naar de boekenstand. Mijn aandacht werd getrokken door de titel van
een boek geschreven door een professor in de Psychologie aan de Universiteit
van Yale: "De seizoenen in het leven van de mens". Ik kocht het boek
en bladerde er vluchtig doorheen. Het amuseerde me te zien dat de
schrijver en zijn collega’s vanuit een empirische werkwijze
zoals de meeste zogenaamde wetenschappers het doen, ook tot de conclusie
waren gekomen dat 30 en 60 jaar cruciale leeftijden waren voor de
mens. Maar wat me het meest amuseerde was de manier waarop dit boek
aan het publiek werd gepresenteerd. Ik citeer: "de meest ambitieuze
uitleg over de cycli in het leven van een volwassene"... "het eerste
volledige verslag over de ontwikkelingsstadia van een volwassene.
Dit boek onderzoekt en legt de specifieke periodes uit van persoonlijke
ontwikkeling waar alle menselijke wezens doorheen gaan en die een
gemeenschappelijk draad vormt voor alle mensen". Bestseller in de
VS, dit boek, gepubliceerd in 1978, was het resultaat van 10 jaar
observatie van het leven van duizenden mensen door een team van onderzoekers.
Mijn lezing over het zelfde onderwerp, was gebaseerd op de waarnemingen
die door Rudhyar waren gedaan zo'n 37 jaar vóór die
tijd, waarnemingen die ik herhaaldelijk heb ontwikkeld en sindsdien
gebruikt .
De wetenschappelijke
psychologen willen de basis van onze redeneringen en ons werk niet
accepteren hoewel ze, in vele gevallen, tot gelijke resultaten komen
uitgaand van gebeurtenissen om te komen tot dat wat onderliggend is
aan deze gebeurtenissen. Maar er is een essentieel verschil tussen
wat de psycholoog observeert en de zin (richting) die de astroloog
kan geven aan het leven van een persoon, als menselijke wezen: het
is de betekenis die verband houdt met de verschillende leeftijden.
De astroloog werkt vanuit het universele naar het bijzondere (vanuit
het geheel naar het deel), hetgeen hem de mogelijkheid geeft een globalere
betekenis te geven aan iedere leeftijd. De psycholoog vertrekt vanuit
het bijzondere (de afgezonderde deeltjes) en probeert een universele
wet te stellen die vervolgens altijd beperkt wordt door zijn aardse
begrip van het leven en de menselijke natuur.
We zouden
eerlijk gezegd sneller vooruit kunnen komen als de zogenaamde wetenschappers
opener zouden staan tegenover de astrologie. De empirische methodes
zouden dan gebruikt kunnen worden om de validiteit te testen van de
theorieën gebaseerd op de astrologie.
Ik heb dit
verhaal verteld omdat ze perfect past binnen onze discussie over de
verhouding tussen astrologie en psychologie. Helaas, te lang al hebben
de astrologen die probeerden een verband te leggen tussen beiden,
hun astrologisch inzicht laten beperken door psychologische oplossingen
die gebaseerd zijn op empirische waar-nemingen. Ze hebben niet geprobeerd
om een nieuwe dimensie te geven aan de psychologische kennis door
de astrologische symbolen te gebruiken. Met ander woorden, ze hadden
moeten proberen de psychologie aan te passen aan de astrologie in
plaats van andersom.
Humanistische
en mechanistische benaderingen
Voor wie
de problemen van de menselijke natuur bestudeert, is de intrinsieke
behoefte van de mens aan begrip en psychologische heroriëntatie
bekend; Zij alleen kunnen het misbruik van de enorme machten omzeilen
die de wetenschappelijke technologie in de handen legt van een, in
psychologisch opzicht, onrijpe mensheid die in spirituele verwarring
verkeerd. Onze voorouders werden overheerst door alles wat de fysieke
wetenschap, dankzij haar kennis van de materie, kon produceren aan
gereedschappen die weer gebruikt werden voor materiele voordelen.
De tragedie, en zonder twijfel ook de cataclysme van onze tijd, is
het resultaat van deze overheersing. We zijn de erfgenamen en nog
steeds slaven van het 19de eeuwse materialisme, slaven van het soort
gebruik dat mensen hebben gemaakt van deze exacte wetenschappen en
haar producten, de fysica en de mechanica.
De weg van
onze emancipatie loop via de psychologie, zolang we niet een of ander
subtiel en min of meer exacte fysieke inhoud associëren met dit
woord. Zolang onze benadering van het innerlijke leven van de mens
menselijk blijft en niet mechanistisch.
Het dilemma
van "de mens tegen de machine" is populair geworden. We moeten als
mensen handelen, zijn en voelen als mensen. En toch lijkt het moeilijk
voor onze psychologische leraren om over vrouwen en mannen te praten
in andere bewoordingen dan alsof ze machines of dieren zijn die door
hun instincten gedreven worden. Ze analyseren het leven van de mens
en zijn driften vanuit concepten die direct afkomstig zijn van de
19de eeuwse visie over de krachten van de materie. De psychologie
heeft zich in zekere zin ontwikkeld als exacte wetenschap, afgeleid
van de fysica en de chemie. En de meeste van de huidige psychologen
beschouwen de mens als een stoffelijke verschijning, product van een
maatschappij die overheerst is door economische krachten.
En zo worden
de echte fundamenten van een waarlijk psychologische benadering van
de menselijke waarden en problemen ontkend. Wat een nieuwe benadering
van het leven van deze eeuw had kunnen zijn, wordt verstikt door de
spoken van de 19de eeuwse materialisme. De meeste psychologen zijn
nog 19de eeuwse mensen, hun mentaliteit wordt beheerst door ouderwetse
ideeën over de ware natuur van de mens. Ze kunnen zich niet ontdoen
van Darwin en Freud noch van de materialistische filosofie van de
Duitse school uit het midden van de 19e eeuw. (“De mens is wat
hij eet"- "het denken is een secretie van de hersenen.." etc.) en
nog minder van de ideeën van de behavioristen.
In onze
scholen worden de jonge generaties doordrenkt van zo'n onderwijs.
Het directe resultaat is een totaal gecommercialiseerd maatschappij,
gebaseerd op productie en winst, waarin gadgets, technische specialismen
en totalitaire politiek ons slaafs maken. (of gevangen houden).
Daarnaast
ontwikkelt de psychologie zich als een instrument voor een grotere
productie, een grotere controle van de Staat, of als methode voor
efficiënte propaganda en PR-methoden. De mens is geconditioneerd
om te denken dat hij een productie en consumptiemachine is: een sociaal
dier; een deel van de kudde.
Dat
“iets” in de mens
Dit alles
is het negatieve aspect van de ontwikkelingen van de 20ste eeuwse
psychologie. Toch komt er langzaam maar zeker een positief aspect
te voorschijn uit deze vervreemdende 19de eeuwse matrix. We beginnen
te begrijpen dat de psychologie op andere principes gebaseerd moet
worden dan die van de exacte wetenschappen. En vooral, te midden van
de concepten die aan de psychologie zijn ware en positieve betekenis
geven, moet het concept vorm krijgen die de mens beschouwt als een
in essentie spiritueel wezen dat door middel van zijn fysieke lichaam
functioneert om een bepaald doel te bereiken.
Veel mensen
geven het volgend antwoord hierop: "Hoe kunt u weten of de mens in
essentie een spiritueel wezen is dat zijn eigen bestemming volgt,
en niet een sociaal dier is dat probeert zich aan te passen aan zijn
natuurlijke omgeving, fysiek en sociaal, op een zo sterk mogelijke
bevredigende en winstgevende manier? Ik antwoord hierop: "Hoe weet
u dat de mens geen spiritueel wezen is?"
Een aantal
generaties van materialisten hebben ons bewezen hoezeer het menselijke
lichaam lijkt op dat van dieren en hoe de af- of aanwezigheid van
materiele goederen hem kunnen veranderen. Maar men zou ook het accent
kunnen leggen op het feit dat de mens iets in zich heeft dat maakt
dat hij in staat is wonderlijke heldendaden te verrichten die van
totaal andere orde zijn dan deze dierlijke realisaties, inbegrepen
de transformatie van materie. Wat is dus "dat" iets in de mens?
We kunnen
dit iets "geest" noemen, intellect of een andere naam geven, het maakt
niet uit, want we kunnen het principe of het vermogen begrijpen dat
maakt dat de mens mens is, dat het iets is dat essentieel is in hemzelf,
of dat het een product is van zijn lichaam afhankelijk van de grootte
van zijn hersenen of van welk ander biologische eigenheid. Men hoeft
het er noch mee eens te zijn, noch het feit te ontkennen om te geloven
dat de mens een spiritueel entiteit is en dat dát het geheim
van de psychologie vormt; we hoeven slechts ons standpunt, onze uitgangspunten
of de kwaliteit van onze interpretaties van de feiten te herzien.
De wetenschap
wijst ons de weg. Ze neemt een steen die we kunnen zien, aanraken
en die ons kan verwonden: en bij de magie van enkele wiskundige formules
overtuigt de fysicus ons dat deze steen zwaar en compact is en voor
een groot deel uit leegte bestaat en uit enkele atomen die met een
ongelooflijke snelheid bewegen. Daarna bewijst hij dat deze zelfde
atomen in werkelijkheid een energetische vortex is en dat doet hij
door ons te wijzen op de productie van energie dat vrijkomt bij een
atoombom.
Wat blijft
er over voor de materialist en zijn materie? In feite niets meer.
De fysicus zelf onthult ons dat het universum een groot energieveld
is, een complexe structuur van tijd-ruimte en van elektromagnetisme,
een onbegrensde structuur, een kosmische entiteit dus waarin ontelbare
kosmische entiteiten zijn, en vele universums.
De
wereld van de krachten
Waarom zouden
we de menselijke natuur niet op een vergelijkbare manier interpreteren?
Waarom zouden we het individu niet kunnen beschouwen als een "klein
universum", een structuur van ruimte-tijd en van spirituele en mentale
energieën? Waarom zouden we niet de stof en het Leven zelf kunnen
interpreteren vanuit een standpunt gebaseerd op het innerlijke leven
van de mens? En waarom zou de natuur-wetenschap niet uit te leggen
zijn vanuit een zeker vorm van psychologie die zich op een hogere
plan bevindt, in plaats van dat het de psychologie terugbrengt tot
een verlengstuk van de biologie en de chemie.
Om dat te
bereiken is het voldoende terug te gaan tot de basisconcepten van
de menselijke natuur, gevormd door alle beschavingen tot aan de laatste
drie eeuwen alsmede door de Europeanen zoals Paracelsus en vele andere
grote geesten, erfgenamen van de oude kennis van de "wereld van krachten".
De moderne natuur-wetenschappers zijn op een catastrofale manier vooruitgekomen
in deze wereld van krachten omdat deze vooruitgang gebaseerd is op
materialisme. Het groeit in een maatschappij die beheerst wordt door
bezitsdrang, verlangen naar macht en naar een destructieve vorm van
massa-psychologie.
De oude
denkers en hun moderne nakomelingen hebben zo nu en dan verwezen naar
deze "wereld van krachten" onder de naam van "astraal" of "sterrenkrachten".
Door dit te doen, bedoelden ze niet te zeggen dat de aarde tot het
"materialisme" behoorde en dat alleen het domein van de sterren en
de hemel tot "deze wereld van kracht" behoren. Zij wilden juist benadrukken
dat de wereld van krachten overal om ons heen is en ieder deeltje
van de materie interpenetreren, ook het menselijke lichaam. Want uiteindelijk
gebruikten ze de term "astraal" omdat voor hun de totaliteit van de
Hemel (uitspansel) met zijn lichten het zichtbare beeld en een passende
voorstelling is van het "innerlijke wezen" van de mens; de mens als
een reductie van een universum (microkosmos) vol uitstralende energieën.
Het woord
"astraal" ver-onderstelt dus een specifiek standpunt betreffende de
werkelijkheid, een benadering vanuit een andere hoek van de menselijke
(wapen)feiten; gelijk het woord "elektronica" een conceptie van de
materie impliceert die van de klassieke Europese natuurwetenschap
een antiquiteit maakt.
De psychologie
in zoverre ze herdacht en geherformuleerd moet worden, zou, om rekening
te kunnen houden met deze nieuwe tendensen, moeten zoeken naar een
integratie van deze astrale benadering en de mens beschrijven op een
nieuwe manier (of juist zeer oude manier!). Een menselijk wezen is
in potentie in staat een concrete manifestatie te worden van goddelijke
orde waarvan de Hemel een voorstelling of een beeld is. De menselijk
wezens zijn zielen, werelden van energie en licht, en niet alleen
verzamelingen van materiele cellen en pakjes complexen die mythologische
namen dragen. Alle astrologie die werkelijk psychologisch is zou ons
moeten overtuigen en ons moeten laten zien hoe men bewust wordt van
zijn innerlijke wezen, van onze "hemelse" aard.
Het
goddelijk beeld in ons
De horoscoop
van een individu is de voorstelling op het tweedimensionale vlak van
de hemel op het moment van zijn eerste adem; het is daarom een symbolische
voorstelling van het astrale wezen van de nieuwe geborene. Het is
het symbool van potentiële incarnatie van de Geest in een fysiek
lichaam gemaakt uit aardse materie. Het is de goddelijke handtekening
van de mens, oftewel van het doel dat de mens heeft te vervullen in
een goddelijk universum.
Dit doel
is in essentie en altijd om een behoefte van de aardse natuur te verrijken,
met andere woorden om een klein deel van deze materie of elementen
van de dierlijke (of aardse) menselijke natuur om te vormen tot een
hogere niveau. Omdat de horoscoop ons op symbolische wijze vertelt
hoe het individu dit doel kan bereiken, kan de astrologie een precies
instrument worden voor de ware dieptepsycholoog. Het doel van de psychotherapie
is niet, in feite, om het individu te leren zich aan te passen aan
zijn omgeving maar veel eerder, om hem te helpen om een volledigere
incarnatie van de geest te worden, dat wil zeggen om zijn goddelijke
doel te vervullen. Of dit een gelukkig, comfortabel en aangepast leven
inhoudt of niet.
Dit vereist
de nodige bijstelling wanneer het individu efficiënter wil worden
ten opzichte van het ware doel van zijn leven; maar deze efficiëntie
vereist niet wat de gemiddelde psycholoog aanpassing aan de omgeving
noemt. Aanpassing OK, maar waaraan? Met wat moeten we ons harmoniseren?
Is het met onze maatschappij en zijn ongelooflijke verwarring, zijn
handelsgeest, zijn spiritueel leegte, in zijn algehele futiliteit
en in de totaal afwezigheid van werkelijke waarde? Of moeten we ons
afstemmen op de * innerlijke ordening van onze individuele en unieke
zijn, het goddelijke beeld in ons, de sterrenhemel die het goddelijke
doel is waarom we moeten incarneren door creatieve daden gedurende
ons hele leven in dit aardse lichaam?*
Het lichaam
is niet het Zelf. Het kan wel de manifestatie worden van dit Zelf
of op zijn minst een middel om het doel van dit Zelf te vervullen
in de context van zijn familie, vrienden of andere sociale netwerken.
De energieën die dit doel helpen dienen vormen mijn astrale 'wezen'
zoals symbolisch uitgebeeld in de geboortehoroscoop. Dit Zelf is niet
de horoscoop maar de horoscoop kan me wijzen op de energieën
die ik tot mijn beschikking heb, als ik hem op de juiste manier lees.
Het kan me op het ritme en de ontwikkeling wijzen en op enkele belangrijke
valkuilen tussen de onderling op elkaar inwerkende krachten, net als
het op spanningsvelden, plichten, crisis en nodige heroriëntatiemomenten
kan wijzen. Het kan me mijn belangrijkste conflicten onthullen evenals
de verschillende mogelijke oplossingen die ik kan gebruiken om een
effectief te worden van het doel dat de hemel altijd onthult aan hen
die ogen hebben om te zien.
De
ziel, energiewezen
Dit kan
allemaal wel vreemd overkomen of een beetje belachelijk voor wie zich
bezig houdt met voorspellingen, of zelfs voor de eerlijk astrologiestudent
die wetenschappelijk en feit-gericht georiënteerd is. Toch zijn
deze ideeën de uitdrukking van een zeer oude astrologisch traditie
en van een ware religieus-occulte gedachte. Het is deze traditie die
de huidige psychologie op de een of andere wijze moet integreren en
verwerken in haar gedachtegang en technieken, tenminste als het doel
van deze psychologie is, een antwoord te bieden aan een mensheid die
in een socio-economische maalstroom gevangen zit die haar onherroepelijk
leidt naar toevluchtsoorden en strijdvelden.
Volgens
mij bestaat de eerste stap voor deze psychologen uit een herziening
van hun houding tegenover de mens, zijn waarde en de betekenis en
doel van zijn leven. Ze moeten in de mens een spirituele entiteit
zien die een verzameling van krachten gebruikt om tot een nieuwe integratie
van de aardse (en socio-culturele) materie te komen. Op een zelfde
wijze als het zaad dat in de grond kiemt, chemicaliën tot zich
trekt en deze assimileert en integreert en zo de substantie vormt
voor de wortels, de stengel, de bladeren en de vruchten in volwassen
planten.
Een waarlijk
astrologische psychologie kan de mens helpen stapsgewijs te komen
tot integratie en op die manier de ziel te laten zien in zijn leven
en zijn dagelijkse taken. De ziel is de energie van zijn wezen die
de ware aard van de mens is. Het is de ware hemelse aard, de harmonische
dynamiek van zijn creatieve vermogens. En deze ziel moet zich door
middel van de mens manifesteren. Dit in afstemming op de hemelse patroon
van zijn "astrale"wezen.
Daarom moet
we hem eerst kennen. Astrologie kan ons helpen bewust te worden van
de ingrediënten, de grote lijnen, de contouren dankzij de symboliek
die in de horoscoop besloten ligt. De astrologie helpt ons door te
opperen dat we naar de hemel moeten kijken in plaats van naar de grond
wanneer we op zoek gaan naar de ware aard van de mens als bemiddelaar
van de geest.
Astrologie kan
ons leren dat de vermogens van het universum en die van onze persoonlijkheid
een gemeenschappelijk basis hebben omdat zij naar dezelfde ritmes
luisteren, en dat we dát kunnen bewijzen. Tenslotte kan de
astrologie door een studie van deze cyclische ritmes ons helpen effectieve
bemiddelaars te worden van ons goddelijk doel bij geboorte.
De twee
grote stromingen
Ik bevestig
dat de astrologie ons een nieuwe psychologie kan geven, een psychologie
van de harmonie. Maar eerst moet de psychologie zijn exclusief analytische
en empirische gericht houding laten varen. Ze moet ook begrijpen dat
wat we evolutie noemen, of uitstijging boven de materie, constant
gepolariseerd wordt door een kosmische afdaling, door een involutie
van de geest. Deze kosmische afdaling van het universeler en simpeler
naar het individuele en het complexere is een proces dat zich op het
mentale niveau afspeelt. Het staat niet buiten de evolutie van het
stoffelijke maar werkt eerder binnen de elektromagnetische velden
zoals ze gecreëerd worden door deze kosmische vervulling en door
de progressieve specialisatie van de universele geest.
Vanuit dit
standpunt gezien, is de geest niet het resultaat van een proces van
zintuiglijke waarnemingen en van mentale beelden die zich vertalen
in gedachtes en concepten zoals de empirische en materialistische
georiënteerd psychologie ons graag doet geloven. Het is een vormgevend
of structurerend vermogen dat zowel in de vorm van de Nebuleus aanwezig
is als in de individuele ego's. Om deze redenen kunnen we onze zonnestelsel
beschouwen als een kosmische baarmoeder, een elektro-magnetisch veld
dat onherroepelijk de ontwikkeling conditioneert van alles wat we
op aarde of op ieder ander planeet kunnen vinden.
De nieuwe
psychologie zou moeten zoeken naar integratie van deze twee grote
stromingen van het Universele Al: de evolutionaire klimming van de
atomaire stof tot menselijke lichamen en de involutionaire afdaling
van de geest, de structuur van het universum in die van het individuele
ego. In en door deze integratie zal de geest zijn expressie vinden
in de mens omdat het de essentie is dat we moeten herkennen, altijd
en overal, in en door de integratie van tegenoverstelde polariteiten.
Juriens,
oktober 1979
(1)
De leeftijdsfactor wordt uitgebreid (en heel boeiend) behandeld in
“Cosmische Cycli van Wording”, door Alexander Ruperti.
CHTA, 2e druk 2001. gepubliceerd in Astrokrant