'Een
gedachte omschrijven was meer dan hem vastleggen. Het was een magische
handeling. Wat opgeschreven was, zou ook daadwerkelijk gebeuren.' Robert
Bauval zegt het met veel respect als hij samen met zijn vriend en medeschrijver
Adrian Gilbert in de grafkamer van de uit de vijfde dynastie stammende
piramide van Oenas binnen gaat en haar muren bewonderd. De cameraman
die hen volgt brengt de hiërogliefen die er op staan geschilderd
duidelijk in beeld. 'Het
zijn de eerste versieringen die ooit in een piramide zijn aangebracht
en de oudste religieuze teksten die er ooit zijn gevonden,' valt Adrian
Gilbert Bauval bij.
Langzaam, van boven
naar beneden, begint Bauval enkele van deze in een rechte kolom staande
hiërogliefen te vertalen:
Ik
vliet herwaarts.
Ik ben niet van deze aarde.
Ik hoor de sterren toe.
Ik zuil ten hemel als een reiger.
Als een valk kus ik het zerk.
Ik ben het wenen van God.
De boodschapper van God.
Ziet, de trouwe liefde volle Osiris is herwaarts gekomen.
Sterren van Orion, de schone.
Ik ben gekomen om Orion te roemen.
Mijn ziel is een ster van goud.
En met Hem zal ik eeuwig het uitspansel bereizen.
|
s Elke piramide na de piramide van Oenas en alle tempels vanaf de vijfde
dynastie werden vanaf toen volgeschreven met dit soort religieuze teksten
en afbeeldingen. Elke Farao, elke heerser van Egypte na Oenas, wilde
op zijn beurt de zo beladen Egyptische religie beschrijven, tot uiteindelijk
de Perzische vorsten na vele oorlogen in 341 v.C. Egypte veroverden
en langzaam een eind maakte aan deze traditie. Na de Perzische vorsten
werd Alexander de Grote de heerser van Egypte (zonder slag of stoot
overigens, hij werd als een god binnengehaald en door de bevolking gezien
als de bevrijder van Egypte). En na deze Griek kwamen de Romeinen onder
leiding van Julius Caesar. Zij allen bleven, hoe groot ze ook waren,
echter nooit langer dan de oorspronkelijke heersers van Egypte, de farao's,
verdeeld over 30 dynastieën, die in totaal ongeveer 28 eeuwen regeerden
over Egypte. En nooit legden zij zo massaal hun geloof vast als deze
farao's in steen en later op papyrus deden, waarvan de Dodenboeken de
best bewaarde overleveringen zijn.
'En zie de sterren op het
plafond,' wijst Gilbert op de regelmatige vijfpuntige figuren op het
plafond, terwijl hij zich naar de kamera draait, 'het is alsof je je
onder de sterrenhemel zelf bevindt.' - Bauval
en Gilbert schuiven hun bewondering over het oude Egypte duidelijk niet
onder stoelen of banken.
Die avond vertelt Bauval hoe
hij bij zo'n zelfde heldere nacht als deze niet in slaap kon komen.
Hij kampeerde in Saoedi-Arabië in een woestijn samen met een vriend,
een fanatiek amateur zeiler. Hij kroop uit zijn tent en keek vanaf een
duin op naar de heldere Egyptische hemel. Geen wolkje verstoorde het
beeld van duizenden fonkelende sterren, die de Grieken zich voorstelden
als gaatjes in een zwart decor waarachter de bron des levens zou branden.
Bauval maakte de zeiler, die vanwege zijn hobby goed bekend was met
de sterrenhemel, wakker om hem mee te laten genieten van de heldere
hemel boven hen.
'Kijk,' zei de man wetende
dat het Bauval interesseerde, 'daar heb je de zeven sterren van het
sterrenbeeld Orion. Het is net een staande man. Je kunt hem herkennen
aan de drie sterren in zijn gordel, die op het eerste gezicht netjes
op een rechte lijn lijken te liggen, maar waarvan de derde, de minst
heldere, als je goed kijkt, toch duidelijk een kleine knik naar het
oosten maakt.'

Figuur
2.
De god Osiris afgebeeld aan de hemel door het sterrenbeeld Orion
Onmiddellijk begreep Bauval waarnaar hij keek. Als een lichtflits verhelderde
de woorden van de schipper zijn geest. Gedachten schoten als kometen
door hem heen. Flarden piramideteksten gingen aan zijn geestesoog voorbij.
Vaag herinnerde hij de hiërogliefen die het scheppingsverhaal van
Egypte vertelde, het verhaal van de wederopstanding van de god Osiris,
dat als geen ander verhaal zo vervuld was van sterren als hij op dat
moment:
"In den beginne
zag Atum-Re, de grote zonnegod, op de nieuwe wereld neer. Hij droeg
één van zijn kleinzoons, Osiris, op om tussen de mensen
te leven en ze goedheid en beschaving te leren. Osiris, mens en god
tegelijk, trok door Egypte met zijn echtgenoot Isis en maakte het
land tot een heerlijk oord. Maar Seth, de broer van Osiris, werd jaloers
en vermoorde hem. Hij hakte het lichaam van Osiris in 14 stukken en
verspreidde ze over heel Egypte. Isis, overweldigd, door smart zwierf
door het land om Osiris terug te vinden. Eindelijk vond ze al de stukken,
bond ze samen met stroken stof en bracht Osiris nog even tot leven,
zodat ze zich op zijn fallus kon plaatsen en zijn zaad kon opvangen.
Osiris trok op ten hemel en Isis verborg zich tussen het riet van
de Nijl. Ze baarde een zoon: Horus, die later de dood van zijn vader
zou wreken. Isis had nu haar opdracht op aarde vervuld en voegde zich
bij Osiris tussen de sterren".
Wetend dat het sterrenbeeld
Orion voor de Egyptenaren de godmens Osiris voorstelde, de telkens weer
als farao herboren vader van de godmens Horus, maakte hij op dat moment,
misschien wel voor het eerst sinds de Perzische vorsten de macht in
Egypte overnamen, de connectie tussen deze drie sterren en de drie meest
beroemde piramiden van Egypte: de piramiden van Gizeh. Deze drie piramiden,
in de traditionele egyptologie gedefinieerd als de piramiden van de
farao's Cheops (Choefoe), Chefren (Chafre) en Mykerinos (Menkaure),
gebouwd in de vierde dynastie, die zo'n 100 jaar duurde en die volgens
de ruimste schattingen geplaatst kan worden tussen de jaren 2700 en
2400 v.C., stonden als de drie sterren van de gordel Orion, Zeta Orionis,
Epsilon, en Delta, schijnbaar recht achter elkaar, maar de derde, de
kleinste piramide van Mykerinos maakte precies als de minst heldere
ster van de gordel van Orion een lichte knik naar het oosten.
De volgende morgen ging Bauval
onmiddellijk aan het werk. Hij bekeek Orion op het astronomisch simulatie
programma Sky Chart 2000.. Daarmee kon hij de posities van de sterren
op willekeurige momenten in de tijd en vanuit verschillende standpunten
op de aarde zien. Hij vergrootte het, kopieerde het op een doorzichtige
sheet en legde het over een plattegrond van Gizeh. De 'plattegrond'
van de drie sterren van de gordel van Orion paste precies op de plattegrond
van de drie piramiden van Gizeh.
Figuur 3.
De correlatie tussen Orion en Gizeh
Achtereenvolgens representeerde
Zeta Orionis, Epsilon en Delta de Piramide van Cheops, Chefren en Mykerinos.
Tot zijn grote verbazing constateerde hij ook dat twee van de overige
vier sterren van Orion overeen kwamen de met piramiden uit de vierde
dynastie, en wel de piramide te Aboe Roash van de zoon van Cheops en
de piramide te Zawjet Al Arjan, waarvan niemand ooit begrepen had dat
ze zover van de Gizeh waren gebouwd. Bauval concludeerde: 'De farao's
van de vierde dynastie hebben gepoogd Orion op aarde na te bouwen!'.
Toen hij echter de Nijl, waarvan
hij zeker wist dat de Egyptenaren deze rivier zagen als de aardse melkweg,
in dit plaatje wilde verwerken, constateerde hij dat de positie van
Orion op aarde ten opzichte van de Nijl niet overeenkwam met Orion in
de hemel ten opzichte van de melkweg. Het was op zijn sheet goed zichtbaar
hoe de sterrengroep en de melkweg onjuist en scheef stonden ten opzichte
van het grondplan van de drie piramiden en de Nijl. De beeltenissen
in de hemel en op de grond waren onmiskenbaar hetzelfde, maar de afbeelding
in de hemel moest op een of andere manier tegen de klok ingedraaid worden
om een perfecte overeenkomst te bereiken. Dit kon alleen bereikt worden,
begreep Bauval, door terug te gaan in de tijd, door te kijken naar de
hemel boven Gizeh in een veel vroeger tijdperk.
Hij stelde zijn computer in
en ging op zoek in het verleden. Eerst voorzichtig door in stappen van
honderd jaar terug te gaan in de tijd. Maar al snel, toen hij zag dat
Orion daardoor niet snel genoeg draaide, begon hij stappen van 500 en
1.000 jaar te nemen, om vervolgens te eindigen in het jaar 10.400 v.C.
In dat jaar kwam het uitspansel perfect met de aarde overeen. Het patroon
van de melkweg kwam nu precies overeen met de loop van de Nijl en Orion
was tot de rand van de horizon gezakt. Hij had zijn laagste positie
bereikt die hij ooit zou bereiken. Vanaf dat punt zou hij, of je nu
terug of vooruit in de tijd gaat, weer gaan stijgen.
Dit geldt overigens voor alle
sterren in het jaar 10.400 v.C. Het is het jaar waarin een cyclus begint
van ongeveer 26.000 jaar (volgens sommige bronnen schatte de Egyptenaren
het precies op 25.920 jaar), ook wel het Grote jaar genaamd. Deze periode
wordt gedefinieerd door het begrip precessie, ofwel de snelheid waarmee
de (noord-zuid)as van de aarde 'schommelt', een beweging die bijvoorbeeld
verklaard waarom de poolster in de loop van de tijd van zijn plaats
verandert en nu niet langer als bepaling van het exacte noorden kan
dienen.

Figuur
4.
De precessie cyclus
De eerste paar duizend jaar
van deze periode wordt in de Egyptische 'geschiedschrijving' beschreven
als Zep-Tepi (De Eerste Tijd). In die tijd zouden er volgens de Egyptische
religie mensen leven die wij nu beter kennen als de Egyptische goden
Maat, Osiris, Isis, Anubis, Horus, Thoth, Hathor, Nephtys, en Seth.
En speciaal voor die tijd zijn de piramiden uit de vierde dynastie opgericht
en belichamen tot op de dag van vandaag een blijvende herinnering aan
die tijd. In het bijzonder de piramide van Cheops, die naar aanleiding
van haar afmetingen in combinatie met haar vorm en positie op aarde
reeds door menig onderzoeker een bolwerk van astronomische, geologische
en wiskundige kennis is genoemd.