Sterren
en Mensen -
Galactische Astrologie en Hemelse Mythen
© Robert et Francine Gouiran
vertaling Beatrice Boucher '09
met hun vriendelijke toestemming om te publiceren op deze site
Galactische
Astrologie
De Ecliptica
is de denkbeeldige jaarlijkse baan van de Zon aan de hemel, een baan
die de andere planeten ook volgen zonder er veel van af te wijken.
Deze baan van beweeglijke hemellichamen profileert zich tegen een
hemel bezaaid met sterren. De gebruikelijke verdeling in 12 tekens,
alle gelijk aan 30 graden, berekend vanaf het punt waar de Zon zich
elk jaar bevindt tijdens de lente equinox (genaamd "Lentepunt"
en tevens 0 graad Aries aangevend) geeft ons de dierenriemtekens volgens
de Tropische Zodiak, omdat deze verdeling gebaseerd is op de seizoenen.
Maar we weten dat deze Zodiak langzaam tegen de richting van de tekens
langs de hemel van vaste sterren beweegt, volgens de precessie van
de equinoxen, zodat hij een volledige ronde maakt in 26000 jaren.
Om deze
beweging teniet te doen, kunnen we de ecliptica anders indelen en
haar verdelen in 12 gelijke sectoren van 30 graden, maar dan in sectoren
die vast zouden moeten liggen tegen de hemel van vaste sterren. Door
deze nieuwe verdeling een startpunt te geven die vastgeklonken is
aan deze sterren, krijgen we een Sterren-Zodiak die definitief gebonden
is aan de sterrenhemel, en dus aan de Melkweg, die de verzameling
is van al deze sterren. Vandaar de naam Galactische
Zodiak, of Sterren-Zodiak,
of Zodiak van de Constellaties
(*),
die we aan deze onbeweeglijke verdeling hebben gegeven. We vermijden
het, deze zodiak Siderische Zodiak te noemen omdat men onze benadering
zou kunnen verwarren met die van de sideralisten, waarvan we ons willen
onderscheiden, omdat de benaderingen niets met elkaar gemeen hebben.
De Galactische Astrologie zoals we die hier zullen presenteren is
eenvoudigweg een nieuw hoofdstuk in de klassieke astrologie, maar
vervangt deze niet.
De
Melkweg
De meeste
vaste sterren maken deel uit van een gigantische verzameling van sterren,
onze Melkweg, waar ons zonnestelsel in ligt. Deze sterrenfonkeling
heeft de vorm van een enorme platte schijf en wij bevinden ons aan
de rand van een van de armen van deze gigantische spiraal. We kunnen
daarom ons sterrenstelsel alleen waarnemen via haar platte kant die
zo in de hemel een spoor van sterren vormt, die we de Melkweg noemen,
want het vertoonde ooit gelijkenis met een spoor van goddelijke melk
die uit de koninklijke borst van de echtgenote van Zeus, meester van
de Olympus, vloeide. De Melkweg is dus het spoor van het vlak van
de galactische schijf die we "het galactisch vlak" noemen.
Door een
lichtgevende cirkel in de hemel te tekenen, verdeelt de Melkweg deze
in twee delen: deze dun gepointilleerde lijn van licht geeft een oriëntatie
aan het hemelgewelf en kan zo gebruikt worden als vast referentiepunt
voor de eeuwigheid (door tijdelijk de beweging van de vaste sterren,
die zeer langzaam is, te verwaarlozen). Door onze 'Galactische Zodiak
van vaste sectoren' te laten starten daar waar de Ecliptica en de
Melkweg elkaar kruisen, ontstaat een vast ijkpunt voor een definitieve
en onbeweeglijke Zodiak aan de sterrenhemel.
De Galactische Astrologie is de astrologie die zich baseert op een
nieuwe verdeling volgens deze cirkel van vaste sectoren; deze onbeweeglijke
sterren-Zodiak, de Galactische Zodiak, geijkt en in relatie tot ons
sterrenstelsel uitgebeeld door de Melkweg, wordt betrokken op de klassieke
Tropische Zodiak, terwijl beide systemen om elkaar heen draaien. Toegepast
op de geboortehoroscoop zal de galactische astrologie ons een parallelle
uitbeelding tonen van de denkbeeldige bestemming, een innerlijke projectie,
permanent en onwankelbaar zoals de kosmos.
Deze vaste
sterrenzodiak wordt geïllustreerd door een serie constellaties
die beladen zijn met verre mythologieën en verbeeldt dus, [op
filmische wijze] de oude hemelse mythen die een cirkel vormen die
in zichzelf gesloten is. Dit is de reden waarom het begrip en de toepassing
ervan noodzakelijk samen moet gaan met een studie van deze mythen.
Het Galactische
Centrum
Gelukkig
hebben we een precies punt dat ons mogelijk maakt het kruispunt tussen
het galactische en het eclipticale vlak vast te stellen. Het gaat
om het centrum zelf van de Melkweg, waargenomen op duizenden lichtjaren
afstand door machtige radio-telescopen, een fantastische bron van
energie, onzichtbaar voor het blote oog - misschien een van deze mysterieuze
en duizelingwekkend zwarte gaten die in staat zijn energie-materie
te absorberen en uit te zenden d.m.v. geweldige kosmische uitbarstingen.
Toevallig, vanaf de aarde gezien, staat dit vaste galactische centrum
bijna op de ecliptica op 26°34' Boogschutter van de dierenriem
voor het jaar 2000, met een breedte van 5°55'. Dit meetpunt beweegt
door de dierenriemtekens met dezelfde snelheid als de precessie van
de equinoxen (een graad per 72 jaren).
We kunnen
nu de ecliptica, het pad van de planeten, lokaliseren in deze kosmische
structuur. In een eerste benadering, plaatsen we het dalende kruispunt
tussen de ecliptica en het galactische vlak (waarvan de schijf door
de Melkweg wordt uitgebeeld) op de lengte van het Galactische Centrum,
en dus op 26°34' Boogschutter (we geven hier alle waarden voor
het jaar 2000), en het rijzende kruispunt ertegenover op 26°34'
Tweelingen. Deze twee punten zijn de mythische poorten van de wereld,
van het hiernamaals, want de Melkweg werd beschouwd als het pad van
de doden zielen, als een kosmische ladder die leidde naar het ''paradijs
Hyperborea'', gesymboliseerd door de Noordpool, het enige vaste punt
waaraan de aarde zich vastklampt (ongeveer 6000 jaren geleden stond
de Noordpool bijna in de Melkweg); het rijzende kruispunt open om
ernaar toe te klimmen, het dalende kruispunt om erin neer te dalen.

kwartslag draaiing van de melkweg door de dierenriemtekens
in drie tijdperken (6400 jaar)
gebruikte terminologie
V oie Lactée = Melkweg = Galaxie
PE = Pool Ecliptica
PN = Noord Pool Aarde
PG = Galactische Pool
CG = Het Galactische Centrum
Op deze wijze zien
we het deel van de ecliptica dat loopt van 26°34' Tweelingen tot
26°34' Boogschutter boven het Galactische vlak, dus in Noordelijk
Galactische Declinatie, terwijl de andere helft zich onder bevindt,
dus in Zuidelijke Galactische Declinatie. Het punt op de ecliptica
het diepst onder het Galactische plan, "de Buik van de Galactische
Declinaties" is logischerwijze het onderste midpunt halverwege
de twee poorten, dat voor het jaar 2000 26°34 Vissen is. Het is
deze afgrond, dit diepste punt van de diepten, daar waar de galactische
breedte van de ecliptica het laagst is, net voordat hij weer gaat
stijgen, dat het startpunt zal zijn van onze vaste Galactische Zodiak,
een ring vormend van 12 galactische sectoren waarop de twaalf klassieke
tekens van de Tropische Zodiak gaan schuiven. Vanuit astronomisch
standpunt, bevindt deze ''buik'' zich in werkelijkheid 3 graden verderop,
zoals we later nog zullen uitleggen, maar de hier aangenomen markering
geeft de mogelijkheid om het Galactische Centrum te plaatsen op de
exacte ingang van de (siderische galactische’ sector nr. 10.
De twaalf
sectoren van het Galactische Zodiak, elk van 30°, genummerd van
1 tot 12, dragen hier de namen van de belangrijkste constellaties
die we er in vinden, deze namen worden in het Latijn gegeven om ze
te kunnen onderscheiden van de namen van de klassieke zodiakale tekens
die in het Nederlands aangegeven zullen worden. Zo heet de onbeweeglijke
[ie vaste] galactische sector nr.1 Pisces en deze wordt gedekt door
het in beweging zijnde teken (tropische) Ram omdat het loopt van 26°34'
Vissen tot 26°34 Ram. Hij zal het teken volledig bedekken over
140 jaren ongeveer, aangezien hij nog slechts 3 graden te gaan heeft
voordat hij een exacte superpositie maakt. We moeten ons hier herinneren
dat de sterren, dus de galactische sectoren, zeer langzaam lijken
vooruit te lopen door de tekens volgens de directe beweging. Het teken
voor Pisces, de laatste galactische sector nr.12, Aquarius, bedekt
nu het Tropische teken Vissen, etc.

De mogelijke structuur
van een galactische zodiak.
De horizontale lijn geeft schematisch het galactische vlak aan --de
Melkweg-- met de twee punten
waar dit vlak de ecliptica snijdt (26°34' Tweelingen / Boogschutter).
De twaalf sectoren dragen de Latijnse namen van de (vaste sterren)
constellaties.
De Dierenriemtekens die ze anno 2000 bedekken zijn symbolisch weergegeven.
(in geel de melkweg - bewerkt voor publicatie op de website)
Wat is
Galactische Astrologie?
We waren
zo vrij om wat uit te weiden over de relatie tussen de Galactische
Astrologie en de geschiedenis, maar hoofdzakelijk gebruiken we haar
voor de interpretatie van individuele horoscopen, dus in de geboorteastrologie.
We stelden
vast dat de Galactische Astrologie een astrologie is die de Zodiak
van de Sterrenbeelden als uitgangspunt neemt, een vaste zodiak die
in 12 Galactische sectoren wordt verdeeld welke in relatie staan tot
onze Galaxie, uitgebeeld door de Melkweg, een band die over de klassieke
Tropische Zodiak draait, in een eeuwige maar trage rotatie.
Dankzij
de betekenis van de mythen die gedragen worden door deze band, schenkt
deze astrologie ons de beelden van een denkbeeldig lot, de uitwerking
van een lotsbestemming, die we toevoegen aan de beelden die in de
klassieke horoscoop te vinden zijn, niet door deze te wijzigen, maar
door zich in deze in te lijven voor zover ze dat toestaan.
Eerst kijken
we of er een ster op een van de hoeken staat op het moment van geboorte,
vooral rondom de Ascendant en het MC (mits ze zich niet te ver van
de ecliptica bevindt). Wel moeten we hierbij goed opletten, want we
moeten de ster hebben die ‘’werkelijk’’ rijzend
is op het moment van de geboorte. Om ‘’in werkelijkheid’’
samen te rijzen, is het niet altijd genoeg dat de ster dezelfde lengte
heeft als de Ascendant, omdat hij met een eventuele hoge breedte toch
op een ander moment zal rijzen. Om te weten of een ster op het moment
van geboorte rijst op de Oostelijke horizon of culmineert op de Meridiaan,
moet men berekeningen uitvoeren die we in een apart hoofdstuk verder
zullen uitleggen.
De astrologische
betekenis die aangegeven wordt door deze sterren-conjunctie wordt
ons gegeven door de positie van de ster in de kosmische structuur
van de galactische band, een betekenis die de mythologie helpt verduidelijken.
De sterren hebben geen toevallige betekenissen, maar zijn dragers
van een betekenisvolle samenhang die uit hun positie binnen de band
van sterrentekens voortvloeit, d.w.z. uit hun plaats in de structuur
van de astrologische kosmos.
Vervolgens
zullen we de Maan als een essentieel merkpunt gebruiken in deze astrologie
van het Onveranderlijke. Want in tegenstelling tot de andere planeten,
is de Maan de enige satelliet die om de Aarde heen draait en dus de
enige die we vast kunnen pinnen en vastleggen op absolute wijze in
de sterrenhemel, zonder beïnvloed te worden door de beweging
van de aarde. Het is vooral de galactische transit van de geboorte-Maan
die het meest sprekend is. We kijken welke de twee sterren zijn die
haar omringen op het moment van de geboorte, hun symbolen, de sterrenbeelden
waarin ze zich bevinden en de betekenis van de - dan doorlopen - galactische
sector. Hieruit kunnen we de sfeer van bestemming destilleren die
de persoon voorziet van een visie op de dingen, op de wereld en op
zichzelf, onveranderlijk en onafhankelijk van conjunctuur. Dit is
een fraai en sterk beeld, permanent en definitief door het lot geprent
in het hart van degene die onder deze geboortemaan-transits geboren
wordt
De dynamiek
van deze geheime innerlijke impressie, die hem op pad doet gaan van
verleden naar toekomst, wordt aangegeven door de wijze waarop de Maan
zich beweegt van een prenatale conjunctie met een bepaalde ster, gevoeld
als het gewicht van het verleden, naar een postnatale conjunctie die
een beeld van de toekomst symboliseert waar de persoon naar verlangt.
Deze beelden van evolutie worden aangegeven door de Maan-transits
langs de sterren en de galactische sectoren op het moment van de geboorte.
Met deze
techniek zijn we in staat om dat te reconstrueren wat de Ouden de
“Maanhuizen” noemden (of in oude termen de 'mansions',
van het Arabische ''manzil''). De siderische verdeling van deze Lunaire
Zodiak is door de tijd namelijk steeds onduidelijker geworden. De
lijsten zijn vaag en vaak spreken ze elkaar tegen, de precessie van
de equinoxen heeft een verwijdering van hun oorsprong veroorzaakt
: vandaar de folkloristische en vaak banale beschrijvingen die praktisch
onbruikbaar zijn geworden. Het beschouwen van de galactische sectoren
en van de vaste sterren die we erin kunnen vinden, maakt het mogelijk,
niet zozeer om de exact traditionele 28 Siderische Maanhuizen te reconstrueren,
maar wel om in het specifieke geval van geboortehoroscopen, op z’n
minst een <vanzelfsprekende> werkwijze te vinden die de astrale
betekenis beschrijft van de progressieve maan door de hemel van de
vaste sterren.
De Galactische
geboorte-astrologie die we hier presenteren organiseert zich rond
drie manieren van interpretatie:
- het
assimileren door de 12 zodiaktekens van de waarde van de galactische
sectoren die hen bedekken op een zeker moment in de tijd,
- de
nauwkeurige betekenis van de vaste sterren wanneer ze zich op
een specifieke plek bevinden in de geboortehoroscoop,
- de
verschillende betekenissen van de geboorte-Maan via haar transits
door het veld van de sterren.
De mythologie in deze benadering
We kunnen
hier niet om de mythen heen, omdat ze zich vanzelf aandienen en zich
aan ons voorstellen. Door een verbazend toeval, passen de mythen die
verbonden zijn aan de constellaties precies in de cirkel van galactische
sectoren die we hebben ontcijferd. En deze vanzelfsprekende samenhang
is misschien wel geen toeval. De betekenisvolle beelden bevestigen
en rechtvaardigen deze gereconstrueerde band van de galactische dierenriem.
We hebben
ontdekt dat, door ze eerst aan onze verbeelding te laten voorbijgaan,
de astrologische invloeden al een zekere mythische vorm hadden aangenomen.
De diepere essentie van de astrologie is van dichterlijke aard, omdat
ze bliksemsnel binnendringt in dat gebied van de verbeelding dat de
ware realiteit (werkelijkheid) van de Mens onthult. Mythen zijn tijdloos,
omdat ze zich aanpassen aan de loop van de geschiedenis.
Het doorgronden
van de betekenis van de galactische band loopt via de verhalende inhoud
van de mythen die ermee verbonden zijn.
Deze mythen
verduidelijken op eigen wijze de astrologische symbolen van de opeenvolgende
zones aan de hemel, en passen in elkaar volgens de structuur die we
hier presenteren. Door zo te kijken ontdekken we een buitengewone
samenhang in de verhalen die op het eerste gezicht zonder relatie
met elkaar lijken, en het is deze samenhang die de waarheid van de
Galactische structuur openbaart.
Het gebruik
van de mythologie in de astrologie moet zich losmaken van alle vormen
van psychologiseren om de valkuil te vermijden dat de levensgeschiedenis
van een mens wordt vastgelegd in een zelfingenomen interpretatie die
aan de moderne tijd beantwoordt: het verhaal moet gewoon genomen worden
zoals het is en voor wat het voorstelt, als een overblijfsel van de
geloofsovertuiging van een bepaalde tijd en als een episch gedicht
dat in staat is de geest van de mens te doordringen teneinde de geheime
diepten te bereiken van het imaginaire dat hem in werkelijkheid motiveert.
Zeker,
de mythen benaderen het kindersprookje en het zijn weerspiegelingen
van wat de psycho-analytici verstaan onder de infantiele theorieën
over de schepping, het leven, de dood, de seksualiteit, beelden van
een kinderlijke primitieve oorsprong die, ondanks het schijnbaar toevallige
en het onwerkelijke, vervolgens op onbewuste manier voortbestaan in
de volwassen omdat die ze eens voor waar heeft aangenomen.
We hebben
ontdekt dat de galactische zodiakale band een regelmatig heen en weer
gaan beschrijft tussen vochtig en droog, tussen het Dionysische en
het Apollinische, en dat we daar de geboorte en het verval van de
goden aan konden aflezen. Wanneer we van mythische goden spreken,
gaat het over een geloof in een veelgodendom, want de goden zijn slechts
concepten en zijn dus imaginaire en subjectieve vormen van de gedachte.
Maar deze concepten hebben een werkelijkheid in het domein van de
ideeën, want het is op deze wijze dat de primitieve mens de krachten
van de natuur en van de voorzienigheid zag, of de geheimzinnige aanvechtingen
van zijn diepst wezen. De Galactische Astrologie gaat dus over de
vrij dubbelzinnige relatie van de mens met zijn goden, dus van de
mens die alleen is met zichzelf, tegenover het ondoorgrondelijke mysterie
van het leven.
Dubbelzinnig,
want we zullen onder ogen moeten zien dat het woord god het idee voorstelt
dat de mens zich maakt van de levende krachten van de natuur, terwijl
hijzelf ook deel is van deze natuur, en dus simpelweg een eigenschap
van de ruimte is. De grote vraag, de machtige obsessie, is hoe te
weten te komen of er ergens, al dan niet een verborgen en geheimzinnig
lot bestaat, dat de drie schikgodinnen zouden weven in de diepte van
duistere helse grotten.
Met deze werkwijze is er één struikelblok dat we moeten
vermijden: het heeft te maken met de invloed van de mythologie die
al a priori aan de dierenriemtekens is toegewezen, en de namen die
de constellaties dragen die we niet letterlijk moeten nemen. Dat is
overigens de val waarin de grote Kepler is gelopen (zie Kepler, Astronoom,
Astroloog door Gerard Simon, ed. Gallimard), aan wiens astronomisch
genie we niet hoeven te twijfelen, maar wiens relatie tot de astrologie
tweeslachtig is. Hij ontkent de astrologie niet, maar weerlegt de
platheid en de bijgelovigheid van de astrologen die alleen herhalen
wat ze hebben horen zeggen. Kepler kan niet geloven dat de dierenriemtekens
een betekenis zouden kunnen hebben, want, zegt hij, de constellatie
Ram heeft niets te maken met het teken, haar vorm heeft niets te maken
met het dier, noch het dier met het teken! Hij richt zich daarom op
de planetaire aspecten die hij beschouwt als de enige juiste basis
van de astrologie.
De vaste
sterren worden niet verondersteld het beeld van een held wiens naam
ze dragen te vertegenwoordigen: ze zijn slechts de lichtgevende tekens
rondom zijn symbolische silhouet, zodat hij op deze manier is ingeschreven
in dat hemelse gebied.
De mythologie
die in relatie staat tot de tekens, is hoofdzakelijk van Grieks-Romeinse
afkomst, en zo'n 2 of 3 duizend jaar geleden vastgesteld, tijdens
een periode waarin de tekens samenvielen met de constellaties. Deze
constellaties droegen daarom vaak dezelfde naam als de tekens die
ze toend bedekten.
Toch zullen
we op z'n minst vier of zelfs acht duizend jaar verder terug moeten
gaan en ons beroepen op veel oudere, niet-Hellenistische mythen (Noorse,
Babylonische, Egyptische, Arabische, ...) om te kunnen constateren
dat de hemelse constellaties andere namen hadden en andere vormen,
zonder dat ze verbonden waren met de tekens van de Tropische Zodiak.
Zo kon bijvoorbeeld de Stier gezien worden als een Wagen met een koetsier,
of als een ezelskaak, de Kreeft als een kribbe of een voerbak voor
kleine ezels, etc.
Doorgeefluik
Het lijkt
erop dat tijdens de Grieks-Romeinse tijd (d.w.z. twee tot vier duizend
jaar terug) het volgende proces heeft plaatsgevonden: men gaf een
naam aan de sterrenformatie die betrekking had op het dierenriemteken
dat men op dat moment waarnam, én op de letterlijke betekenis
van het sterrensegment. De naam en de mythe werden verweven en speelden
op deze manier de rol van doorgeefluik, door de Galactische vaste
waarden te projecteren op het tijdelijke teken dat er toen mee verbonden
was, zodoende een brug vormend tussen de twee series van betekenissen,
tussen de twee dierenriemen, de siderische en de tropische.
We moeten
niet vergeten dat de mythologische namen die aan bepaalde delen van
de hemel gegeven werden een reflectie waren van de, vaak religieuze
of politieke, verlangens van een volk om lokale helden met dezelfde
naam te eren.
In onze
tijd, waarin inmiddels een verschil is ontstaan van bijna een teken
(ongeveer 27 graden) tussen tekens en constellaties van dezelfde naam,
lijkt het dat de astrale mythen die verbonden zijn aan de zodiaktekens
eerder betrekking hebben op de astrologische betekenis van de Tropische
Zodiak; tegelijkertijd dragen ze overblijfselen van de oorspronkelijke
betekenis, die ontleend is aan de mythologieën van de (siderische)
constellaties die de nieuwe (actuele) dierenriemtekens herbergen.
Bijvoorbeeld,
de Taurus Constellatie lijkt meer op een Wagen dan op een Stier. Maar,
omdat zij 2000 jaar geleden hetzelfde teken omvatte in de maand mei
die gewijd was aan de Koe - Maan Godin, werd de verwijzing naar runderen
benadrukt in deze zone.
Dit is
zo gebleven tot aan onze dagen, zelfs nu de Taurus Constellatie het
dierenriemteken Tweelingen bedekt. Maar we zullen zien dat ons actuele
teken Tweelingen, omsloten door de Taurus-figuur, doordrenkt is van
de Galactische waarden afkomstig uit deze siderische zone Waarden
waarin we bepaalde oorspronkelijke betekenissen van deze galactische
sector terugvinden, die naast het feit dat het een Stier laat zien,
spreekt van een Lunaire Wagen met een vreemde koetsier met gewonde
voeten.
Tijdens
dit opmerkelijke over elkaar schuiven van mythen naar de sterrenbeelden
die hen dragen, moeten we niet de uithollende werking van het bijgeloof
onderschatten, waardoor de authenticiteit van de astrologische betekenissen
kan worden ondermijnd. Want als we een ster associëren met een
historisch figuur of met een tijdelijke gebeurtenis, zetten we een
stap in de richting van het verboden terrein dat aan de ster een magie
of een zekere macht toekent die een karakter of een gebeurtenis kan
veroorzaken. Want dan zullen we moeite hebben om de astrologische
authenticiteit te onderscheiden van de folkloristische chaos.
©
Robert en Francine Gourian
Uit het boek:" Des Etoiles et des Hommes, Astrologie Galactique
et Mythologie Celeste"
Ed. du Rocher, 1ste editie 1992, 2de editie 2000.
Korte
bio van deze zeer inspirerende en helaas voor Nederland onbekende
astrologen. Robert en Francine Gouiran zijn twee Zwitserse astrologen
die samenwerken sinds 1974. Ze zijn de stichters van 'la Société
Astrologique Romande', leraren en lecturers. Francine was de organisator
van de jaarlijkse congressen in Geneve in haar functie van presidente
van de "Mouvement Astrologique de Suisse Romande". Robert,
ings en drs-es-sciences heeft een technische en wetenschappelijke
carrière achter de rug, o.a. in de nucleaire fysica en bij
CERN in Genève. Beiden zijn diepgaand betrokken bij de astrologie
en onderzoeken haar vele terreinen: traditioneel, wetenschappelijk,
psychologisch, filosofisch, genezing en spiritueel. Ze zijn auteurs
van diverse boeken en van artikelen gepubliceerd in verschillende
astrologische revues waaronder l'Astrologue, Infosofia en 3*7*11.
--
NOTEN
*
deze uitdrukking is niet helemaal correct, omdat de oude ecliptische
constellaties geen dierenriem vormden; er was geen relatie tussen
tekens en constellaties die uit meer dan 12 bestonden. Het is pas
veel later, ongeveer tijdens de 5de eeuw n. Chr., dat deze cirkel
van constellaties in 12 sectoren werd verdeeld, zodat ze samen zouden
vallen met de zodiakale tekens uit die tijd. Daarom zullen we eerder
spreken van een Galactische Zodiak en van een cirkel van constellaties
wanneer we dit tweede wiel in beschouwing nemen.