Een herhalingsles kosmografie
Door
Michèle Raulin ©
'00
- vertaling Beatrice Boucher '04 -
Ik heb de indruk dat een kleine kosmografische geheugenopfrissing
niet overbodig is; mijn excuses voor alle kenners, maar ik weet, omdat
ik daar zelf ook doorheen ben gegaan, dat deze basiskennis niet vaak
deel uitmaakt van de astrologiecursussen.
Het
beste is om ons een manneke voor te stellen, staande op de horizonlijn.
Boven zijn hoofd (loodrecht) lopen, onder andere, de twee specifieke
lijnen waar het ons nu om gaat:
1.
de geografische meridiaan van de plek, die haaks loopt op de evenaar
en de twee geografische polen van de hemelbol (noord en zuid) met
elkaar verbindt. Het is de meridiaan die we op de lagere school
zijn tegengekomen
2.
de zodiakale meridiaan, die een hoek van 23°27' maakt t.o.v.
de vorige, en die haaks loopt op de ecliptica en die de twee eclipticapolen
van de zonnebaan met elkaar verbindt.
Deze 2 meridianen kruisen elkaar boven het hoofd van ons manneke.
Als
we overdag naar de hemel kijken, neigen we te geloven dat de ecliptica
gelijk is aan de lijn die door de zichtbare beweging van de zon gecreëerd
wordt gedurende één dag (dagboog). En, dat we boven
ons hoofd, in de zomer meer ecliptica hebben dan in de winter. Maar
niets is minder waar.
In
welk seizoen en op welke breedte dan ook, we hebben altijd, en constant
boven ons hoofd, exact de helft van de ecliptica. Wanneer de Zon het
midden van zijn dagboog bereikt, rond het zonne-middaguur, staat hij
in het algemeen niet op het hoogste punt van de ecliptica. En hij
zal gedurende de verdere dag ook niet hoger klimmen, omdat de ecliptica
zich gaat draaien door zich te buigen naar de horizon. Op het moment
dat de Zon op het hoogste punt is van zijn dagboog, kan een andere
planeet op het hoogste punt zijn van de ecliptica, en dus hoger 'staan'
dan de Zon op dezelfde ecliptica. Dat geven we weer op de horoscooptekening
door de Zon op het MC te zetten, het MC schuin t.o.v. de Ascendant
te tekenen, en daarnaast óók een planeet te tekenen
die een culminerend vierkant maakt met de Ascendant.
We
kunnen ons dit verschil tussen de dagboog en de ecliptica voorstellen
door twee armbanden van dezelfde diameter om elkaar heen te laten
draaien, nadat we op een ervan een gele stip hebben geplakt die de
zon moet voorstellen.
Of,
nog beter, door de nachthemel te observeren, iets wat iedere astroloog
sowieso zou moeten doen :-))
Ga
rond 12 uur zonnetijd naar buiten. Markeer de plek waar je je bevindt
op de grond. Lokaliseer in het landschap een boom, een dak of iets
anders dat verticaal staat t.o.v. van deze zon van 12 uur. Deze markering
geeft de geografische meridiaan aan. Deze meridiaan is vast en beweegt
niet met de tijd, of uur. Het is een aardse markering. Hij zal op
dezelfde plek zijn rond middernacht.
Ga
's nachts naar deze plek terug. Bepaal de zodiakale constellaties
(gebruik daarvoor de "Petit guide du ciel" Bernard Pellequer, Points
Sciences *). Lokaliseer
in het landschap de verticale lijn die correspondeert met het hoogste
punt van de hoogste (zodiakale) constellatie. Je zult merken dat je
gedwongen wordt te draaien, en wel met 23 graden en nog wat t.o.v.
de geografische meridiaan. Zo markeer je je zodiakale meridiaan.
En
zo zal het je ook opgevallen zijn dat de Midhemel (geografische meridiaan)
niet het hoogste punt is van de ecliptica!!
De
astrale (lees astrologische) verticaliteit van de mens, wordt gedefinieerd
t.o.v. de ecliptica en dus t.o.v. het ecliptische systeem. De
markering die daarmee correspondeert is de zodiakale meridiaan, gesymboliseerd
in de horoscoop door het punt dat vierkant staat op de Ascendant:
het ME-punt (Midden van de Ecliptica).
De
verticaliteit van de mens (zenith, noot vertaalster) t.o.v. de geografische
meridiaan dient hem vooral om zijn evenwicht niet te laten verliezen
op het dek van een schip, om zijn schaduw te meten overdag, oftewel
om de tijd aan te geven.
De
kwesties rond deze markering en de samenhang tussen de markeringen
onderling lijken me essentieel.
Als
je een zeeman bent kun je beter je positie bepalen op de aardbol door
de geografische markeringen te projecteren op de hemelbol, zoals we
hierboven hebben gezien: via de evenaar en de geografische meridiaan.
Als je een
astroloog bent, is het nodig om je positie te bepalen op de eclipticale
hemelbol via de zodiakale baan (dierenriem) en de zodiakale meridiaan.
Men
kan er natuurlijk ook voor kiezen om in een spagaat te raken door
enerzijds als markering de ecliptica te gebruiken, en anderzijds de
geografische meridiaan. Maar nergens anders kom je zulk een wiskundige
aberratie tegen.
Hoewel
we ons er een paar voor de geest kunnen halen om te kijken tot welke
resultaten zulke aberraties in de werkelijkheid leiden. We hebben
hiervan een duidelijk voorbeeld in het nieuws gehad (januari 2000).
De ingenieurs van de NASA hadden een sonde naar Mars gestuurd met
de helft van de gegevens in het metrieke systeem en de andere helft
in miles. Deze sonde is gecrashed. Logisch.
Ik
vrees dat de astrologie hetzelfde doet wanneer ze de helft van haar
gegevens berekent op basis van een bepaald systeem (de Ascendant-Descendant
as; oftewel Horizon Systeem noot vertaalster), en de andere helft
op basis van een ander systeem (de MC-IC as; oftewel Evenaar Systeem
noot vertaalster). Ik spreek hier over de geboortehoroscoop. Zover
ik kan beoordelen (en uitgaande van citaten van collega-astrologen
die nog meer weten dan ik op dit terrein en die ik niet genoeg kan
bedanken) gebruikte men in de Oudheid voor de geboortehoroscoop alleen
de zodiacale meridiaan. En dit verklaart de uitdrukking : "Het hoogste
punt van de ecliptica".
Ik
hoop dat ik leesbaar genoeg ben gebleven, want zonder kosmografische
tekeningen, is dat niet gemakkelijk.
Michèle
Raulin © 2000
- correspondentie
via email information@icaquarius.nl (mails worden doorgegeven)
source:
Artikel in het Frans
-----------
*
In Nederland gebruikt men een
Sterrengids
naar
boven