| |
Het
weersysteem van Ptolemeus
Ptolemeus
was een Griekse astroloog die tussen 100 en 178 in Egypte leefde. Hij
was het die, de oude astronomische en astrologische ideeën van de
Chaldeeërs en de Egyptenaren synthetiseerde met het Griekse denken en
daardoor het astrologisch denken zou bepalen voor de komende eeuwen. Hij
schreef dit in twee boeken: de Tetrabiblos (over astrologie) en het Almagest
(over astronomie en aardrijksunde).
Ptolemeus bracht een verband tussen de omloop van de zon, de maan en de
planeten door de dierenriem met het weer. Grappig is, dat zijn weersvoorspellende
methode misschien niet meer zo actueel is in de weerkunde, maar het doet
me denken aan mijn oma: zij kon aan de halo om de maan zien welk weer
we de volgende dag zouden krijgen. Zij vergiste zich nooit! Zoiets deed
Ptolemeus ook.
Ptolemeus splitst de dierenriemtekens in domeinen. Elk domein valt onder
de heerschappij van één van de vijf (toen bekende) planeten: Mercurius,
Venus Mars, Jupiter en Saturnus. Zo regeert Jupiter de eerste zes graden
van Ram; Venus de volgende acht; Mercurius de opvolgende zeven, enzovoort.
Alle vijf planeten komen op die wijze in elk teken voor; de verschillen,
die optreden hebben alleen te maken met hun volgorde en de lengte van
hun domein (waardoor dit system niet altijd even logisch overkomt). Het
is de loop van de zon door deze domeinen, die het weer zijn (betreffende)
planetaire gesteldheid geeft. Ptolemeus stelde jaar- en maanddiagrammen
op om deze domeinen aan te geven.
Wat brengen de planeten teweeg
Mercurius,
de snelste van de planeten, het dichtst bij de zon staand, heeft over
het algemeen een drogende werking. Het produceert droge lucht, felle en
veranderlijke winden, donder, aardbevingen, bliksem en orkanen.
Venus
heeft een gematigde passieve kracht die verhit en bevochtigt. Venus staat
voor gematigde temperaturen, helder weer met de juiste vochtigheidsgraad
en een zachte bries; nu en dan voegt zij er een echte stortregen aan toe
om de aarde vruchtbaar te houden.
Mars
wordt gezien als haar tegenpool, omdat de aarde tussen beide
planeten om de zon draait: hij werkt verdrogend en geeft heet weer. Hij
brengt vernietiging door watersnood en produceert warme wind die de huid
looit en het water doet bederven (in een tijd, waar men afhankelijk was
van putten en rivieren voor eigen drinkvoorziening, was dit belangrijk
om te weten). Ik weet niet of dit waar is, maar wetenschappelijke onderzoek
heeft getoond dat wanneer Mars in het perigeum (dichtbij de aarde) staat
de wind oostelijk is, en in het apogeum de wind westelijk is. Op 28 augustus
2003 zal Mars het dichtstbij de aarde staan sinds milennia.
Jupiter
is gematigd en actief: hij staat (astronomisch en meteorologisch) tussen
Mars (hitte) en Saturnus (kou). Hij brengt de lucht op een aangename temperatuur
en zorgt voor de juiste voorwaarden (wind, vocht, etc.) om alles overvloedig
te laten groeien.
Saturnus,
die het verst van de zon verwijderd is, is koud en droog van aard. Hij
brengt vooral een vernietigende koude voort: vorstperiodes en nachtvorst,
sneeuwstormen, hagel en een verkillende mist. Alle somberheid van het
weer is van deze planeet afkomstig. Volgens Ptolemeus althans.
Er zijn onderzoek gedaan (Hunziker) naar de invloed van Jupiter en Saturnus
op het weer. Er is gebleken dat wanneer Jupiter en Saturnus in oppositie
of conjunctie staan, er relatief mooi en warm zomerweer, en vochtig en
zacht winterweer is. Maar als beide planeten een vierkant met elkaar maken,
onstaat onbestendig zomerweer en een droge koude winter.
Hoe werkt
het systeem van Ptolemeus
De
planeet, die heerst over het teken, waarin de zon zich bevindt, regeert
het weertype; het betreffende domein van dat teken bepaalt de details.
De algemene weervoorspellingen berusten verder op de volgende uitgangspunten:
Voor een heel jaargetijde: Het weer van de laatste drie
dagen, voorafgaand aan de volle en de nieuwe maan die het dichtstbij de
zonnewende- en eveningspunten ligt, duidt de algemene aard van het weer
in dat seizoen aan.
Voor een maand: Het weertype dat aan volle of nieuwe
maan voorafgaat, bestendigt zich voor de twee weken die daarop volgen.
Voor de week: De uitstraling van de maan in elk van haar
vier fasen bepaalt het weertype van de daaropvolgende zeven dagen. Heeft
de maan geen halo, dan wordt het mooi weer; is er een roodachtige gloed,
dan zal het winderig zijn; een bleke of doffe gloed duidt op het naderen
van storm en regen. Verder geeft de halo van de maan nog de volgende indicaties:
als er twee of drie halo's zijn, is er storm op komst; ook als hij gelig
en onderbroken is; een dikke, vage lichtkring om de maan duidt op sneeuwstormen.
De kleur van de lichtkring verwijst eveneens naar de planeet die op dat
moment het weer beheerst. Bij een zwartachtige halo is dat Saturnus, bij
een witte, Jupiter. Rood en geel duiden op het domineren van resp. Mars
en Venus. Meerdere kleuren tegelijk duiden op de invloed van Mercurius.
Voor een etmaal: Daarbij gaat het om het aanzicht van
de zon bij opkomst (voor de dag) en bij ondergang (voor de nacht). Is
het helder en onbewolkt, dan mooi weer. Is het veelkleurig en roodachtig,
met rossige wolken aan één kant, dan zal er een sterke wind gaan opsteken.
Het zelfde is het geval wanneer er gelige wolken zijn of de zon ‘lange'
stralen uitzendt. Is het geheel loodachtig of grauw van kleur, dan duidt
dat op regen en storm.
naar boven
Beatrice Boucher '03
|